
APV Verbod gezichtsbedekkende kleding
woensdag 20 mei 2026 22:30 Voorzitter, “wie recht wil doen, moet recht doen.” Dat is voor de ChristenUnie geen losse spreuk, maar een opdracht. Juist als het gaat om openbare orde en veiligheid moeten we als overheid duidelijk, rechtvaardig en zorgvuldig handelen. Laat helder zijn: ook onze fractie vindt het onacceptabel als mensen zich doelbewust onherkenbaar maken om ongeregeldheden te veroorzaken. Orde, gezag en veiligheid zijn belangrijke publieke waarden. In de informatienota die bij dit voorstel is toegevoegd wordt het al gemeld: deze voorgestelde wijziging van de APV raakt een gevoelig onderwerp. Als ChristenUnie begrijpen we dat het college met dit voorstel komt. Als je naar incidenten en ongeregeldheden kijkt van de afgelopen jaren kijkt, dan krijg je al een behoorlijke opsomming. Dus we begrijpen de noodzaak van dit voorstel. Het gevoelige aan dit onderwerp is omdat schuurt met het demonstratierecht. Deze zorg zie je ook terug in de vele technische vragen die door diverse partijen al zijn ingediend.
De ChristenUnie ziet de bedoeling en het nut van dit voorstel en waarderen dat het college hier werk van maakt. We hebben op een paar punten nog wel een aantal vragen. Onze eerste vraag gaat over de open formuleringen in de tekst. Begrippen als “in het kader van een samenscholing”, “dreigende ongeregeldheden”, “kennelijk doel” en “redelijkerwijs kan worden aangenomen” laten ruimte voor interpretatie. Kan het college nader toelichten hoe deze normen in de praktijk worden afgebakend, zodat voor inwoners en handhavers voldoende duidelijk is wanneer deze bepaling wel en niet geldt?
Daarnaast vragen wij aandacht voor de juridische onderbouwing. Deze regeling kan raken aan grondrechten, zoals de vrijheid van vergadering, de persoonlijke levenssfeer en in sommige situaties ook de vrijheid van godsdienst. Juist daarom is een stevige motivering van noodzaak en proportionaliteit van belang. Kan het college die afweging nog scherper uiteenzetten? En kan het college ook explicieter toelichten hoe deze regeling zich verhoudt tot demonstraties en tot de Wet openbare manifestaties, zodat duidelijk is dat rechtmatig gedrag niet onbedoeld onder deze bepaling komt te vallen? Straks zien we een slimme advocaat die een client heeft die uit was op ongeregeldheden, maar die ook een protestbord bij zicht heeft. Hoe ga je dan om met dat grijze juridische gebied?
Tot slot hebben wij nog twee concrete punten. Wij horen graag hoe het college de juridische houdbaarheid beoordeelt van artikel 2 lid 9, waarin ook het bij zich hebben van bepaalde voorwerpen strafbaar wordt gesteld op basis van een kennelijk doel. Hoe wordt dit in de praktijk zorgvuldig vastgesteld? En hoe kijkt het college naar de bewijsbaarheid daarvan? Denk aan die slimme advocaat met zijn client. Ook vragen wij of de uitbreiding van de bevoegdheid van de boa in deze vorm juridisch voldoende strak is onderbouwd.
Voorzitter, de ChristenUnie wil dit voorstel graag steunen, omdat wij het belang zien van een veilige en ordelijke openbare ruimte. We hopen dus dat het college onze vragen kan beantwoorden zodat we dit voorstel met vertrouwen te steunen.



